
126/17 Bepaling van de aanschaffingswaarde van activa verkregen onder bezwarende titel of om niet.
Samenvatting
Dit advies handelt over de bepaling van de aanschaffingswaarde van activa die, al of niet van verwante partijen, verkregen worden hetzij onder bezwarende titel, hetzij om niet.
Principieel stemt de aanschaffingsprijs van activa verkregen onder bezwarende titel overeen met de tussen partijen overeengekomen prijs, wat betekent dat de wilsautonomie van partijen wordt erkend.
De aanschaffingswaarde van activa verkregen om niet stemt, bij gebrek aan een aanschaffingsprijs, overeen met de werkelijke waarde ervan. In de periode van verkrijging dient een resultaat erkend te worden ten belope van de werkelijke waarde van het verkregen actief.
Worden activa gedeeltelijk onder bezwarende titel en gedeeltelijk om niet verkregen, dan worden de verkregen activa gewaardeerd tegen werkelijke waarde. In de periode van verkrijging dient een resultaat erkend te worden ten belope van het verschil tussen de werkelijke waarde van het verkregen actief en de tussen partijen overeengekomen prijs.
Om een getrouwe financiële verslaglegging te bewerkstelligen, is aanvullende toelichting noodzakelijk over de verkrijging van activa van verwante partijen.
Dit advies werd getoetst aan buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 1.
1. De bepaling van de aanschaffingsprijs van activa verkregen onder bezwarende titel
Artikel 36 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen definieert de aanschaffingswaarde van activa die verkregen werden onder bezwarende titel, d.i. tegen betaling van een prijs die al of niet is uitgedrukt in geld als volgt:
"De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten.
De aanschaffingsprijs van een door ruil verkregen actiefbestanddeel is de marktwaarde van het (de) in ruil hiervoor overgedragen actiefbestanddeel (-delen); is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het door ruil verkregen actiefbestanddeel. Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil."
Deze waarderingsgrondslag kan beschouwd worden als de bevestiging van het burgerrechtelijke principe van de wilsautonomie van de contracterende partijen.
De partijen zijn principieel vrij om de prijs te bepalen en autonoom de evenwaardigheid te beoordelen van de wederzijdse prestaties 2. Impliciet wordt daarbij verondersteld dat bij een vrije prijszetting elke betrokken partij zal streven naar een maximalisering van het eigen belang met als resultante een transactieprijs die door partijen wordt beoordeeld als een evenwichtige vergoeding van de aangegane verbintenissen. De evenwaardigheid van de wederzijdse prestaties is per definitie relatief daar zij gebonden is aan een subjectieve beoordeling door de contracterende partijen 3.
Wat door de éne partij als onevenwichtig wordt ervaren, kan door de andere als evenwichtig worden beoordeeld wegens de bijzondere toestand waarin zij zich bevindt of wegens haar beoordeling van de feitelijke omstandigheden 4.
2. De bepaling van de aanschaffingswaarde van activa verkregen om niet
Het Belgische jaarrekeningrecht bevat geen bijzondere waarderingsgrondslag voor de bepaling van de aanschaffingswaarde van activa die om niet worden verkregen.
Rekening houdend met de vereiste van een getrouwe financiële verslaglegging is de Commissie van oordeel dat er voor de bepaling van de aanschaffingswaarde van activa verkregen om niet geredeneerd moet worden in termen van vermogenstoename en niet in termen van historische kostprijs aangezien die in casu uiteraard ontbreekt.
Enerzijds dient de jaarrekening immers een passend inzicht te verstrekken in de vermogensbestanddelen van de onderneming en het gebruik ervan, anderzijds kan het voorzichtigheidsbeginsel niet ingeroepen worden om de resultaaterkenning uit te stellen daar de verkrijging om niet een onmiddellijke vermogenstoename tot gevolg heeft waarover de onderneming het volledige beschikkingsrecht verkrijgt.
De om niet gerealiseerde vermogenstoename wordt gewaardeerd tegen "werkelijke waarde 5" die dient omschreven te worden als het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen die uit vrije wil een transactie afsluiten.
De begunstigde dient ten belope van deze "werkelijke waarde" een resultaat te erkennen op het ogenblik van verkrijging.
Dit standpunt is in overeenstemming met buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 6 die bijzondere bepalingen bevatten over de waardering van de aanschaffingswaarde bij verkrijging om niet.
Met de eigenlijke verkrijging om niet dienen ook de verdoken verkrijging om niet en de onrechtstreekse verkrijging om niet gelijkgesteld te worden . In het eerste geval is er sprake van veinzing en dient ook in de jaarrekening rekening te worden gehouden met de werkelijke aard van de verkrijging. In het tweede geval dient de waarderingsgrondslag van de verkrijging om niet toegepast te worden op de betrokken rechtshandeling (het geding ten behoeve van een derde, afstand van recht,...).
Bijzondere aandacht verdient de "gedeeltelijke" verkrijging om niet. Hoewel de partijen bij een verkrijging onder bezwarende titel principieel vrij zijn om de prijs te bepalen, kan een belangrijk onevenwicht in de wederzijdse prestaties het vermoeden opleveren dat partijen bewust een (gedeeltelijke) vermogensverschuiving om niet hebben beoogd maar deze hebben ingebouwd in een overeenkomst onder bezwarende titel 7.
Opdat er sprake zou zijn van een gedeeltelijke verkrijging om niet dienen principieel twee kenmerken voorhanden te zijn: enerzijds een belangrijk onevenwicht in de waarde van de wederkerige prestaties (objectief element), anderzijds de wil van de éne partij om de andere te bevoordelen (subjectief element).
Boekhoudrechtelijk dient op het vergoedende en het niet vergoedende bestanddeel de overeenstemmende waarderingsbasis toegepast te worden (historische kostprijs - werkelijke waarde).
Dezelfde benadering wordt teruggevonden in buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen die handelen over de waarderingsgrondslag van verkrijgingen om niet 8.
Deze bewust gewilde vermogensverschuivingen om niet kunnen zich uiten in een te lage of in een te hoge prijs. Wordt er te weinig betaald, dan zal de waardering tegen werkelijke waarde ertoe leiden dat de aanschaffingswaarde in hoofde van de ontvanger van het voordeel om niet gewaardeerd wordt tegen werkelijke waarde met een overeenstemmende onmiddellijke winsterkenning; wordt er te veel betaald, dan zal de waardering tegen werkelijke waarde ertoe leiden dat de aanschaffingswaarde in hoofde van de verstrekker van het voordeel om niet gewaardeerd wordt tegen werkelijke waarde met een overeenstemmende onmiddellijke verlieserkenning.
3. Informatieverstrekking over verwante partijen
De hiervoor beschreven waarderingsgrondslagen voor activa verkregen onder bezwarende titel of om niet geldt ongeacht de verwantschap die bestaat tussen de bij de verkrijging betrokken partijen.
Omdat niettemin het vermoeden bestaat dat de verwantschap tussen partijen het al dan niet tot stand komen van transacties tussen deze partijen en de vaststelling van de prijzen en de voorwaarden daarbij kan beïnvloeden, zijn bij verkrijging tussen verwante partijen bijkomende informatievereisten noodzakelijk.
Het Belgische jaarrekeningrecht bevat enerzijds een aantal expliciete informatievereisten inzake de in de toelichting te verstekken gegevens over verbonden ondernemingen, ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat en bestuurders en zaakvoerders 9; anderzijds eisen de artikelen 24 (enkelvoudige jaarrekening) en 115 (geconsolideerde jaarrekening) van het uitvoeringsbesluit Wetboek van vennootschappen aanvullende informatieverstrekking indien de toepassing van de wettelijke bepalingen niet zou volstaan om te voldoen aan de vereiste van het getrouwe beeld.
De Commissie neemt zich voor een afzonderlijk advies op te stellen omtrent de problematiek van de informatieverstrekking over verwante partijen rekening houdend met buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 10 terzake.
1. Frankrijk, PCG 321-1;
US GAAP, FAS 116, Accounting for Contributions Received and Contributions Made; FAS 57, Related Party Disclosures;
IAS 24, Related Party Disclosures;
G4+1, Accounting by Recipiens for non-reciprocal Transfers, excluding Contributions by Owners: Their Definition, Recognition and Measurement.
2. Zie hierover o.m. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, Tome I, 69
3. Slechts uitzonderlijk wordt in rechte rekening gehouden met een (belangrijk) onevenwicht in de wederzijdse prestaties: voor een overzicht zie o.m. :Vandeputte, de Overeenkomst Larcier, 1977, p. 75-78 en De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, Tome IV, 38.
4. Voor een toepassing inzake de "overprijs" zie advies 126/8, Financiële vaste activa-waardering- aanschaffingswaarde met prijstoeslag, Bulletin 24, p. 15-17 : "... Deze bijzondere waarde, die daadwerkelijk de prijs heeft beïnvloed die de onderneming heeft willen betalen om de betrokken deelneming te verwerven, mag niet buiten beschouwing worden gelaten wanneer wordt vastgesteld tegen welke waarde deze deelneming moet worden geboekt in de jaarrekening...".
5. "Fair value" gedefinieerd als "the amount for which an asset could be exchanged, or a liability settled, between knowledgeable, willing parties in an arm's length transaction", IAS 32, IAS 33, IAS 38, IAS 39, IAS 40..
6. Zie o.m. Frankrijk, PCG 321-1: "A leur date d'entrée dans le patrimoine de l'entité, la valeur des biens est déterminée dans les conditions suivantes: (...) les biens acquis à titre gratuit sont comptabilisés en les estimant à leur valeur vénale";
US GAAP, FAS 116, Accounting for Contributions Received and Contributions Made, §§ 8 en 18: "Contributions received shall be measured at their fair values. Contributions made shall be measured at the fair values of the assets given or, if made in the form of a settlement or cancellation of a donee's liabilities, at the fair value of the liabilities canceled";
G4+1 Paper, Accounting by Recipients for non-reciprocal Transfers, excluding Contributions by their Owners: Their Definition, Recognition and Measurement, p. 57: "Recognised non-reciprocal transfers should be recognised at their fair value".
7. Voor een uitgebreide burgerrechtelijke theorie over de verdoken schenking, inz. de gedeeltelijke schenking, zie o.m. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, Tome VIII, 9, 493, 508-515.
8. Zie o.m. FAS 115, Accounting for Contributions Received and Contributions Made, §3: "(...) However, if an entity voluntarily tranfers assets to another or performs services for another in exchange for assets of substantially lower value and no unstated rights or privileges are involved, the contribution inherent in that transaction is within the scope of this Statement";
G4+1 Paper, Accounting by Recipiens for non-reciprocal Transfers, excluding Contributions by Owners: Their Definition, Recognotion and Measurement, p.6: "In some transactions, the transfer of assets from one entity to another may involve both reciprocal components (to the extent approximately equal consideration is not provided). When this occurs, the transferor receives some value in return although this is not commensurate with the value given (...) Where a transfer involves both reciprocal and non-reciprocal components that are each material, the transfer should be classified in two parts: as a reciprocal transfer for an amount equal to the value given and as a non-reciprocal transfer to the extent that value received exceeds value given".
9. Staten IX en X van de toelichting in het verkorte schema van de jaarrekening; staten IV, V, XVIII en XIX van de toelichting in het volledige schema van de jaarrekening; staten II, III, IV, V, XVI en XVII van de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.
10. Zie o.m. IAS 24, Related Party Disclosures; US GAAP FAS 57, Related Party Disclosures; FRS 8, Related Party Disclosures.
|