Accountancy.be |  Accountancy  |  IBR  |  IAB  |
Francais contact sitemap
home
126/18 Aanschaffingswaarde bij inbreng in natura

126/18 Aanschaffingswaarde bij inbreng in natura

Samenvatting

Dit advies handelt over de bepaling van de aanschaffingswaarde bij inbreng in natura, zowel de waardering van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte vermogensbestanddelen in hoofde van de inbreng ontvangende vennootschap, als de waardering van de aanschaffingswaarde van de ter vergoeding van de inbreng ontvangen aandelen in hoofde van de inbrengende vennootschap.

Naar het oordeel van de Commissie dienen beide waarderingen principieel met elkaar overeen te stemmen. Buiten de gevallen van verdoken schenking, zal de aanschaffingswaarde van de ingebrachte goederen en van de ter vergoeding van de inbreng ontvangen aandelen overeenstemmen met de "werkelijke waarde" van de uitgegeven aandelen.

Als bij de inbreng het bedrag van kapitaalverhoging en uitgiftepremie lager is dan de boekhoudrechtelijke inbrengwaarde, wordt het verschil bij de inbreng ontvangende vennootschap boekhoudkundig verwerkt als

uitgiftepremie.

Dit advies werd getoetst aan buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 1.

Het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen bevat twee afzonderlijke artikelen over de bepaling van de aanschaffingswaarde bij inbreng.

Wat de inbreng ontvangende vennootschap betreft, wordt de aanschaffingswaarde van de ingebrachte goederen als volgt bepaald : "De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng" (artikel 39, eerste lid ).

Wat de inbrengende vennootschap betreft, wordt de aanschaffingswaarde van de aandelen die ontvangen worden als vergoeding voor de ingebrachte goederen als volgt bepaald (buiten de gevallen van fusie, splitsing, inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen) : "De aanschaffingswaarde van deelnemingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde" (artikel 41 §1).

De hierboven omschreven inbrengwaarde moet begrepen worden in het kader van de algemene principes die gelden ter bepaling van de aanschaffingswaarde als fundamentele waarderingsgrondslag voor verkregen activa. De waardering tegen aanschaffingswaarde is principieel gesteund op de tussen partijen overeengekomen transactiewaarde 2, ongeacht of de transactie al dan niet in contanten wordt gerealiseerd..

Buiten de gevallen van verdoken schenking zal de aanschaffingswaarde derhalve zowel voor de ingebrachte goederen in hoofde van de inbreng ontvangende vennootschap, als voor de ontvangen aandelen in hoofde van de inbrengende vennootschap, overeenstemmen met de tussen partijen overeengekomen waarde van de ingebrachte goederen die gelijk is aan de "werkelijke" waarde van de uitgegeven aandelen waarmee de inbreng wordt vergoed.

De "werkelijke" waarde van de uitgegeven aandelen kan, met verwijzing naar buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 3, worden omschreven als de waarde waarvoor de aandelen uit vrije wil zouden verhandeld worden tussen ter zake goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen.

Conform de beoordeling van de bij de inbreng betrokken vennootschappen zullen beide waarden met elkaar overeenstemmen. De aanschaffingswaarde van de ingebrachte goederen in hoofde van de inbreng ontvangende vennootschap stemt dan ook principieel overeen met de aanschaffingswaarde van de verkregen aandelen in hoofde van de inbrengende vennootschap en omgekeerd.

Wat de inbrengende vennootschap betreft, heeft de Commissie reeds in een vorig advies 4 gesteld dat de inbrengwaarde dient begrepen te worden als de overeengekomen realisatiewaarde: "... Niemand betwist dat een goed dat ingebracht wordt, gerealiseerd is (...) Dit goed wordt immers uit het vermogen van de inbrenger gehaald en toegevoegd aan het vermogen van de vennootschap waarin het wordt ingebracht terwijl de inbrenger meestal een actiefbestanddeel krijgt van een volledig andere aard dan het ingebrachte goed. Zowel in juridisch opzicht als in de economische werkelijkheid is er sprake van een onderbreking in de continuïteit, wat kenmerkend is voor het begrip realisatie (...). Op grond van het algemeen beginsel dat de activa in de jaarrekening moeten worden opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde en van de bepaling van hetgeen moet worden verstaan onder de aanschaffingsprijs, de vervaardigingsprijs en de inbrengwaarde, kan worden gesteld dat wanneer een goed of een waarde aan het vermogen van een onderneming wordt toegevoegd op grond van een overeenkomst met een derde, de conventionele waarde hierbij in aanmerking moet worden genomen, zulks onder voorbehoud van latere wijzigingen van die waarde ingevolge waardeverminderingen, afschrijvingen of herwaarderingen. Niet uitgaan van deze conventionele waarde zou betekenen dat in de boekhouding en in de jaarrekening geen rekening wordt gehouden met een relatie met een derde, misschien niet principieel maar dan toch wat betreft de waarden waarop zij betrekking heeft..."

Dezelfde overwegingen gelden mutatis mutandis in hoofde van de inbreng ontvangende vennootschap in die zin dat de realisatiewaarde in hoofde van de inbrengende vennootschap evenzeer dient te gelden als aanschaffingswaarde in hoofde van de inbreng ontvangende vennootschap.

De waarderingsgrondslag van de aanschaffingswaarde bij inbreng beoogt een financiële verslaggeving die voldoet aan de vereiste van het getrouwe beeld van het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de bij de inbreng betrokken vennootschappen. Deze waarderingsgrondslag zal echter afwijken van de vennootschapsrechtelijk bepaalde inbrengwaarde mocht het bedrag van kapitaalverhoging (en uitgiftepremie) niet overeenstemmen met de werkelijk tussen partijen overeengekomen inbrengwaarde 5.

Wat de inbrengende vennootschap betreft houdt artikel 41 §1 uitdrukkelijk rekening met deze mogelijkheid en bepaalt het daarom dat de vennootschapsrechtelijk bepaalde inbrengwaarde moet gecorrigeerd worden naar de werkelijk tussen partijen overeengekomen, hogere inbrengwaarde die dan wordt aangeduid als de "hogere marktwaarde".

In die hypothese dient het verschil tussen de werkelijk overeengekomen inbrengwaarde en de in de inbrengakte bepaalde waarde boekhoudkundig te worden verwerkt als uitgiftepremie.

Artikel 41 § 1 mag dus niet worden uitgelegd als zou het een correctie eisen van de werkelijk tussen partijen overeengekomen waarde van de ingebrachte goederen als die lager is dan hun marktwaarde. Dergelijke correctie naar een hogere dan de werkelijk overeengekomen waarde zou immers leiden tot een vertekend beeld en geen rekening houden met de wilsautonomie van partijen.

Hoewel de Commissie er zich van bewust is dat de gecombineerde lezing van de voornoemde artikelen 39 en 41 §1 als gevolg van een gebrek aan passende en coherente terminologie tot uiteenlopende interpretaties kon leiden, wenst zij te benadrukken dat er naar haar oordeel géén verschillende waarderingsgrondslag kan worden verantwoord ten aanzien van eenzelfde inbrengverrichting naar gelang het gaat om de boekhoudkundige rapportering van de inbrengende vennootschap, dan wel van de inbreng ontvangende vennootschap.

De hiervoor beschreven waarderingsgrondslagen gelden ongeacht de verwantschap die bestaat tussen de bij de inbreng betrokken partijen.

Omdat niettemin het vermoeden bestaat dat de verwantschap tussen partijen het al dan niet tot stand komen van transacties tussen deze partijen en de vaststelling van de inbrengwaarden en de voorwaarden daarbij kan beïnvloeden, zijn bij inbreng tussen verwante partijen bijkomende informatievereisten noodzakelijk.
Het Belgische jaarrekeningrecht bevat enerzijds een aantal expliciete informatievereisten inzake de in de toelichting te verstrekken gegevens over verbonden ondernemingen, ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat en bestuurders en zaakvoerders 6; anderzijds eisen de artikelen 24 (enkelvoudige jaarrekening) en 115 (geconsolideerde jaarrekening) uitvoeringsbesluit Wetboek van vennootschappen aanvullende informatieverstrekking indien de toepassing van de wettelijke bepalingen niet zou volstaan om te voldoen aan de vereiste van het getrouwe beeld.

De Commissie neemt zich voor een afzonderlijk advies op te stellen omtrent de problematiek van de informatieverstrekking over verwante partijen rekening houdend met buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen terzake 7.

Dit advies stemt overeen met buitenlandse en IAS verslaggevingsnormen 8 die de inbrengwaarde bepalen met verwijzing naar de "werkelijke waarde" van de uitgegeven aandelen die overeenstemt met de tussen partijen overeengekomen waarde van de ingebrachte goederen.

Wat de IAS normen betreft, kan verwezen worden naar het Framework for the Preparation and Presentation of Financial Statements, §§99-101, waarin bepaald wordt dat: "Measurement is the process of determining the monetary amounts at which the elements of the financial statements are to be recognised and carried in the balance sheet and income statement.This involves the selection of the particular basis of measurement (...) Historical cost. Assets are recorded at the amount of cash or cash equivalents paid or the fair value of the consideration given up to acquire them at the time of their acquisition".

Toepassingen van dit principe inzake de waardering van de inbrengwaarde zijn o.m. terug te vinden in :
IAS 25, Accounting for Investments, §16: "If an investment is acquired , or partly acquired, by the issue of shares or other securities, the acquisition cost is the fair value of the securities issued and not their nominal or par value".

IAS 38, Intangible assets, §26: "If an intangible asset is acquired in exchange for equity instruments of the reporting enterprise, the cost of the asset is the fair value of the equity instruments issued, which is equal to the fair value of the asset".

Wat US GAAP betreft, kan o.m. verwezen worden naar APS 4, Basic Concepts and Accounting principles underlying Financial Statements of Business Enterprises, §181, waarin bepaald wordt dat: "In exchanges in which neither money nor promises to pay are exchanged, the assets acquired are generally measured at the fair value of the assets given up. However, if the fair value of the assets received is more clearly evident, the asstes acquired are measured at that amount. Fair value is the approximation of exchange price in transfers in which money or money claims are not involved (...)".

Toepassing van dit principe is o.m.terug te vinden in:
FAS No.123, Accounting for Stock-Based Compensation, § 8 : "Except for transactions that are within the scope of Opinion 25, all transactions in which goods or services are the consideration received for the issuance of equity instruments to acquire goods or services shall be accounted for based on the fair value of the consideration received or the fair value of the equity instruments issued, whichever is more reliably measurable (...)".

Gelet op de draagwijdte van dit ontwerp-advies neemt de Commissie zich voor om - na de definitieve goedkeuring ervan- advies 126/14, "Boekhoudkundige verwerking van een ruilverrichting en een aanbod tot inschrijving door inbreng in natura", Bulletin 43, in te trekken en in een aangepaste versie te publiceren.

 

 

3. IAS, Framework for the Preparation and Presentation of Financial Statements met toepassingen in IAS 25 en IAS 38;
US GAAP, APS 4, Basic Concepts and Accounting principles underlying Financial Statements of Business Enterprises, met toepassing in FAS 123;
Frankrijk, PCG, 321-2.

2. Zie ook het in dit Bulletin opgenomen advies 126/17 en in dezelfde zin o.m. ASB, Statement of Principles for Financial reporting, § 6,11-14: "An asset or liability that is being measured using the historical cost basis will be recognised initially at transaction cost. Regardless of the measurement basis used, assets and liabilities that arise from transactions carried out at fair value will be measured on initial recognition at their transaction cost. That is because, in the case of such a transaction, the fair value of the consideration paid or received (ie the transaction cost) is equal to the current value of the asset or liability at the time of acquisition. It can generally be assumed that, in the absence of evidence to the contrary, a transaction has been carried out at fair value. In such circumstances, the transaction cost involved can be determined by reference to the fair value of either the asset acquired or the consideration paid; whichever fair value is easiest to measure will usually be used".

3. "Fair value" gedefinieerd als " the amount for which an asset could be exchanged, or a liability settled, between knowledgeable, willing parties in an arm's length transaction", IAS 32, IAS 33, IAS 38, IAS 39, IAS 40.

4. Advies 157/2, Realisatiebeginsel (behalve bij fusie), Bulletin 26, maart 1991.

5. Vennootschapsrechtelijk zou er immers geen bezwaar zijn om in de inbrengakte een lagere dan de werkelijk overeengekomen waarde op te nemen. Enerzijds bepalen de artikelen 218 en 444 W. venn. dat het verslag van de revisor moet aangeven of de waarden waartoe de gebruikte waarderingsmethoden leiden, ten minste overeenkomen met het aantal en de nominale of fractiewaarde van de tegen de inbreng uitgegeven aandelen, anderzijds is voor een billijke vergoeding van partijen enkel de ruilverhouding en het daaruit voortvloeiende aantal uit te geven aandelen van belang.

6. Staten IX en X van de toelichting in het verkorte schema van de jaarrekening, staten IV,V, XVIII en XIX van de toelichting in het volledige schema van de jaarrekening; staten II, III, IV, V, XVI en XVII van de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

7. Zie o.m. IAS 24, Related Party Disclosures; US GAAP FAS 57, Related Party Disclosures; FRS 8, Related Party Disclosures.

8. Met uitzondering van de Franse regelgeving die bepaalt dat de aanschaffingswaarde bij inbreng overeenstemt met de in de inbrengakte opgenomen waarden, PCG, 321-2.

 

 

 

 

topcontactsitemap