Accountancy.be |  Accountancy  |  IBR  |  IAB  |
Francais contact sitemap
home
BTW

Het Belgische belastingstelsel: de BTW

Beginsel

De leveringen van goederen (vb.: de verkopen van goederen), de dienstprestaties die in België plaatsvinden, de invoeren uit derde landen in de Europese Unie en de intracommunautaire verwervingen uit andere landen van de Europese Unie worden, wanneer zij in België gebeuren, door het BTW-Wetboek aan de belasting op de toegevoegde waarde onderworpen.

Sommige verrichtingen zijn nochtans vrijgesteld (onderwijsprestaties, prestaties van advocaten, medische beroepen, sommige bankverrichtingen, verzekeringsverrichtingen, uitgeverscontracten).

Aangiften - soort aangifte

Soort

De belastingplichtigen moeten elke maand (vòòr de 20ste van de kalendermaand die volgt op de maand waarop ze betrekking heeft) of elk kwartaal (vòòr de 20ste van de maand die volgt op het einde van het eerste kalenderkwartaal waarop ze betrekking heeft) een periodieke aangifte indienen. Er moet een maandelijkse aangifte worden ingediend wanneer de jaaromzet, exclusief BTW, meer bedraagt dan 20.000.000 BEF excl. BTW. Het niet indienen van een aangifte wordt doorgaans bestraft met een boete van 20.000 BEF per aangifte. Behalve wanneer de BTW-aangifte op de Administratie toekomt de 10de dag van de maand die volgt op de maand waarin zij moest worden ingediend, geeft het laattijdig indienen van de aangifte recht op de inning van een boete van 1.000 BEF of van 2.000 BEF per aangifte en per maand vertraging, al naargelang de belastingen al dan niet zijn verschuldigd voor de periode waarop de aangifte betrekking heeft, met maxima evenwel van respectievelijk 5.000 BEF of 10.000 BEF.

De landbouwondernemingen die aan de forfaitaire landbouwregeling zijn onderworpen, de belastingplichtigen die aan de regeling van de kleine ondernemingen zijn onderworpen (jaaromzet exclusief BTW van minder dan 225.000 BEF), en de belastingplichtigen die enkel goederen leveren of diensten verrichten die hen geen recht op aftrek verlenen, zijn over het algemeen echter “vrijgesteld” van de verplichting om een periodieke aangifte in te dienen. Er dient nochtans te worden opgemerkt dat deze belastingplichtigen en de niet belastingplichtige rechtspersonen jaarlijks een aangifte moeten indienen wanneer de drempel van hun intracommunautaire verwervingen 445.000 BEF overschrijdt.

Wijziging en stopzetting van economische werkzaamheid

De belastingplichtigen die recht op aftrek hebben, moeten bij de aanvang, de wijziging (maatschappelijke woonplaats, maatschappelijke zetel, evenals iedere naamsverandering of wijziging van de economische vorm) of de stopzetting van hun werkzaamheid bij de BTW-controledienst waaronder zij ressorteren, een aangifte indienen.

Aftrek - teruggaaf

De termijn voor de uitoefening van het recht op aftrek bedraagt twee jaar te rekenen vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, wanneer het in een aangifte wordt uitgeoefend, en bedraagt vijf jaar middels een bijzondere beslissing van de hoofdcontroleur. De teruggaaf kan steeds binnen de vijf jaar te rekenen vanaf het ontstaan van het recht worden uitgeoefend.

Tarief

Afhankelijk van het soort producten bedragen de tarieven respectievelijk 21% (normaal tarief), 12%, 6% en 1%.

Betaling

De termijn varieert afhankelijk van het soort ingediende aangifte. Is de BTW verschuldigd op grond van de periodieke aangifte, dan moet ze uiterlijk op het einde van de termijn voor indiening van de aangifte worden betaald. De belastingplichtigen die ieder kwartaal aangiften indienen (in beginsel de personen waarvan de jaaromzet ten hoogste 20.000.000 BEF bedraagt), moeten uiterlijk op de 20ste van de tweede maand en van de derde maand van ieder kwartaal een voorschot betalen. Dit voorschot komt overeen met het derde van de verschuldigde belastingen voor het voorgaande kalenderkwartaal. Wanneer de aangiften maandelijks worden ingediend, moet er uiterlijk op 24 december een voorschot worden betaald dat overeenstemt met de verschuldigde BTW voor de periode van 1 tot 20 december van het lopende kalenderjaar.

Jaarlijkse listing en intracommunautaire opgave

De belastingplichtigen die een recht op aftrek hebben, de landbouwondernemingen onderworpen aan de forfaitaire regeling en de kleine ondernemingen moeten jaarlijks vòòr 31 maart een listing overmaken van de belastingplichtige klanten waaraan zij goederen hebben geleverd en diensten hebben verstrekt. Voor elke bedoelde klant moeten zij het totaalbedrag van deze verrichtingen en het totaalbedrag van de in rekening gebrachte belastingen vermelden.

Bovendien moeten de belastingplichtigen met een recht op aftrek ieder kwartaal de intracommunautaire opgave (opgave van de intracommunautaire verwervingen) overhandigen en dit uiterlijk op de 20ste dag van de eerste maand die volgt op ieder kalenderkwartaal. Deze verplichting kan eveneens van toepassing zijn op de landbouwers die aan de forfaitaire landbouwregeling zijn onderworpen.

 

 

topcontactsitemap