Accountancy.be |  Accountancy  |  IBR  |  IAB  |
Francais contact sitemap
home
Recente hervormingen en lopende projecten

Het Belgisch fiscaal landschap : stand van zaken en lopende projecten - Recente hervormingen en lopende projecten

Personenbelasting

Deze hervorming steunt op twee grote pijlers :

1) Verlaging van de belastingdruk op arbeid

  • Invoering van een terugbetaalbaar belastingkrediet voor lage inkomens uit arbeid
  • Verhoging van de forfaitaire beroepskosten
  • Wijziging van de belastingschalen. Wanneer de hervorming haar volle uitwerking heeft, met name vanaf aanslagjaar 2005, zullen de belastingschalen eruit zien zoals aangegeven in onderstaande tabel.
Belastbare inkomstenTarieven
van 0.01 € tot 5.705 €25 %
van 5.705 € tot 8.120 €30 %
van 8.120 € tot 13.530 €40 %
van 13.530 € tot 24.800 €45 %
meer dan 24.800 €50 %

2) Neutraliteit van de fiscaliteit ten aanzien van de levenskeuze door de afschaffing van de bestaande discriminaties tussen gehuwde paren en feitelijke gezinnen

  • "Volledige decumul" van de inkomsten
  • Identieke berekening van de belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten
  • Gelijkschakeling van de belastingvrije som
  • Gelijkstelling tussen wettelijk samenwonende en echtgenoot
  • Toekenning van het huwelijksquotiënt aan de wettelijk samenwonende
  • Afschaffing van het onderscheid tussen mannen en vrouwen betreffende de maximumleeftijd voor het sluiten van een contract en betreffende de leeftijd vanaf dewelke de voordelen van het contract kunnen worden bedongen.

Twee iets minder belangrijke wijzigingen vullen dit overzicht aan :

1) Verbetering van de tenlasteneming van kinderen

  • Invoering van een terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste
  • Verhoging van het grensbedrag van de bestaansmiddelen, mogelijkheid bepaalde onderhoudsuitkeringen uit de berekening te sluiten
  • Toekenning van een bijkomende vermindering voor alleenstaanden met kinderen ten laste

2) Meer milieugerichte fiscaliteit

  • Soepeler vrijstellingsregeling voor de tussenkomst van de werkgever in de kosten van het woon-werkverkeer - stimulans voor door de werkgever of een groep werkgevers georganiseerd collectief vervoer
  • Toekenning van een forfaitaire aftrek van 0,15 € als beroepskosten per afgelegde km tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling
  • Invoering van een belastingvermindering voor energiebesparende investeringen.

De inwerkingtreding van dit pakket maatregelen, ingesteld bij de wet van 10 augustus 2001 (BS van 20 september 2001), is gespreid tot en met de inkomsten 2004, maar de eerste effecten ervan laten zich vanaf 1 april 2002 gevoelen in de berekening van de bedrijfsvoorheffing geheven aan de bron op in België uitbetaalde lonen. In 2002 zal de vermindering van de personenbelasting, in termen van voorheffingen, meer dan een miljard € bedragen...

Ontwerp tot hervorming van de vennootschapsbelasting

De effecten van deze hervorming, die absoluut budgettair neutraal moet zijn, zullen zich pas in 2004 laten gevoelen. Ze beoogt vooral de Belgische aanslagtarieven die van toepassing zijn op de verschillende inkomstenschalen, op het peil te brengen van deze van de andere Europese landen. Zo zal voor een belastbare winst begrepen tussen 0 en 25.000 € het globaal tarief 24,98% bedragen. Voor de schijf van 25.000 € tot 90.000 € 31,93%, van 90.000 tot 322.500 € 35,54% en voor deze van 322.500 en meer 33,99%. Hoewel deze vermindering van het tarief van de vennootschapsbelasting reeds aanzienlijk is, vormt ze slechts een eerste stap van het af te leggen parcours. Het is immers de bedoeling vervolgens de aanvullende crisisbelasting af te schaffen en het globaal tarief terug te brengen tot 30%.

Daarenboven zullen ten gunste van de KMO's maatregelen ingevoerd worden met het oog op gedeeltelijke vrijstelling van winst die gereserveerd wordt om investeringen te verrichten. Ook zal de fiscus afzien van de toepassing van vermeerderingen in geval van geen of ontoereikende voorafbetalingen voor de drie eerste boekjaren.

Ter compensatie zullen diverse fiscale aftrekken worden verminderd en zal een einde worden gesteld aan bepaalde anomalieën van het huidige belastingstelsel. De vier voornaamste maatregelen hebben onder meer betrekking op :

  • de afschrijvingen, die voortaan verplicht zullen moeten worden toegepast op het werkelijk gebruiksprorata van het jaar van aanschaffing;
  • de definitief belaste inkomsten waarvan de aftrek nog enkel zal worden toegestaan als kan worden aangetoond dat deze DBI's effectief belast werden;
  • de invoering van een roerende voorheffing van 10% op de liquidatiebonussen bij de aankoop door een vennootschap van haar eigen aandelen of de gehele of gedeeltelijke verdeling van haar maatschappelijk vermogen.

Verder zal een gedeelte van de gewestelijke belastingen (andere dan deze bedoeld in artikel 3 van de bijzondere financieringswet) niet langer aftrekbaar zijn. Ten slotte wordt de aandacht gevestigd op :

  • de afschaffing van de belastingvermindering van toepassing op winst afkomstig uit landen waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten;
  • de jacht op vzw's waarvan misbruik gemaakt wordt om een ander doel te bereiken, op misbruik van de rechtspersoonlijkheid en op de vennootschappen in vereffening, enz.

Deze maatregelen zouden voor het aanslagjaar 2004 in werking moeten treden. Met uitzondering evenwel van de inhouding van een roerende voorheffing van 10% op de liquidatiebonussen en de bonussen bij inkoop van eigen aandelen, dewelke uitwerking zou moeten krijgen op de datum van afkondiging van de wet in het Belgisch Staatsblad, waarschijnlijk tegen eind 2002.

Pluspunten

  • Vrijstelling via investeringsreserve
  • Aanslagtarieven : substantiële vermindering
    • normaal tarief : van 40,17% tot 33,99%
    • KMO-tarief : van 28,84% tot 24,98%
  • Hulp aan jonge ondernemingen : Geen vermeerdering voor KMO's bij geen of ontoereikende voorafbetalingen tijdens de drie eerste boekjaren na de oprichting
  • Diverse stimuli ten gunste van de Belgische koopvaardij, het wetenschappelijk onderzoek, de audiovisuele producenten

Minpunten

  • Afschrijvingen : : berekening van de annuïteit van het eerste jaar in functie van het werkelijk gebruik
  • Brandstof : : aftrek ten belope van 90% in de plaats van 100%, vanaf het vierde voertuig binnen dezelfde onderneming
  • Dividenden uitgekeerd door erkende coöperatieve vennootschappen
  • Belastingen en taksen : niet-aftrekbaarheid van gewestelijke belastingen.
  • Interesten van leningen : vermindering van de regel van "7x" tot "4x".
  • Verliezen : uitbreiding tot de verliezen opgelopen in het jaar waarin het onmogelijk is ze aan te rekenen op het deel van winst voortkomende van abnormale of goedgunstige voordelen.
  • Roerende voorheffing : 10% op liquidatiebonussen.
  • Definitief belaste inkomsten : verstrakking van de controles en de voorwaarden voor de toepassing van de aftrek
  • Buitenlandse inkomsten Aafschaffing van vermindering tot een vierde van de vennootschapsbelasting op winst verwezenlijkt in landen zonder verdrag.

Praktisch

  • van de vergadering van de Ministerraad van 25 maart 2002, verslag van de Hoge Raad voor de Financiën: "De hervorming van de vennootschapsbelasting: kader, belangen en mogelijke scenario's",
    Nieuws van het front van fiscale hervormingen.

Nieuwigheden op het vlak van de BTW

Op het stuk van de BTW wordt de integratie van de Europese richtlijnen in het nationale recht voortgezet. Binnen deze context werd de wet van 7 maart 2002, houdende vereenvoudiging van het gemeenschappelijk BTW-stelsel in toepassing van richtlijn 2000/65/EG betreffende degene die tot voldoening van de belasting gehouden is, in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De vereenvoudiging steunt op twee pijlers, namelijk :

  • de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet, in principe, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, voorzover geen enkele wettelijke bepaling van toepassing is die de medecontractant aanduidt als degene die gehouden is tot voldoening van de belasting;
  • de niet in België gevestigde belastingplichtige, die gevestigd is in de Gemeenschap, heeft de keuze al dan niet een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, wanneer hij hier te lande aan de BTW onderworpen handelingen verricht.

Meer info:

Fiscale geschillenprocedure

Met het oog op meer rechtszekerheid werd bij de wetten van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen en van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken de volledige overdracht van de fiscale geschillenregeling (elke betwisting betreffende de toepassing een belastingwet) naar de rechtsmacht ingevoerd, in casu de fiscale kamers bij de rechtbanken van eerste aanleg. Om een al te snelle overbelasting van deze rechtbanken te vermijden, werd als administratieve filter een bezwaarprocedure behouden, die op het gebied van de inkomstenbelastingen verplicht is.

Daaruit volgt dat de belastingplichtige die een geschil heeft met de Belastingadministratie, ongeacht het aanslagjaar, zich zes of negen (als de betwiste aanslag van ambtswege werd gevestigd) maanden na de ontvangst van het administratief beroep rechtsreeks tot de rechtbank kan wenden, als de Administratie nog geen beslissing heeft genomen. Door het enkel feit van deze inleiding, is de Administratie van de zaak ontdaan. Voor de vertegenwoordiging van de Staat voor de rechtbanken staat de taxatieambtenaar in die het geschil behandelt. Deze responsabilisering van de belastingambtenaren zou er, volgens de Minister van Financiën zelf, moeten toe leiden dat "alleen nog aanslagen zullen worden opgelegd die een redelijke kans op slagen hebben voor een rechtbank".

Zowel op het gebied van de directe als de indirecte belastingen heeft de Belgische belastingplichtige derhalve aanspraak op een dubbele aanleg voor de rechtbanken.

 

 

topcontactsitemap